CLARO

Sold out
€60.00
  • Temperature: 20–28°C 
  • pH: 5.5–7.5
  • Hardness: 2–6 GH, 1–1.5 KH 
  • Stroming / Flow: Fast / Snel
  • Verlichting / Lighting: Laag / Low
  • Voeding / Food: Omnivoor / Omnivores

BESCHRIJVING / DESCRIPTION

The Ancistrus claro is a smaller and lesser-known species within the Ancistrus genus, yet no less interesting. It is distinguished by its fine pattern of light spots on a dark body, combined with a more compact build compared to more common Ancistrus varieties. In the aquarium, it typically reaches a size of around 6–8 cm. Ancistrus claro thrives in well-filtered, oxygen-rich water with moderate flow and plenty of hiding places such as wood and rocks. Like other Ancistrus species, it has a strong preference for wood, which not only provides shelter but is also essential for proper digestion. They are peaceful bottom dwellers that coexist well with other calm fish species. Primarily nocturnal, they spend much of their time grazing on surfaces. Although often labeled as “algae eaters,” a varied diet remains essential. Thanks to its modest size, interesting behavior, and relatively easy care requirements, Ancistrus claro is an excellent choice for both beginner and experienced aquarists looking for a functional yet visually appealing addition to their aquarium.

De Ancistrus claro is een kleinere en minder bekende soort binnen het Ancistrus-geslacht, maar daarom niet minder interessant. Deze soort valt op door zijn fijne patroon van lichte stippen op een donker lichaam, gecombineerd met een compactere bouw dan de meer courante Ancistrus-varianten. In het aquarium bereikt hij doorgaans een lengte van ongeveer 6–8 cm. Ancistrus claro voelt zich het best in goed gefilterd, zuurstofrijk water met voldoende stroming en schuilplaatsen zoals hout en stenen. Net als andere Ancistrus-soorten heeft hij een sterke voorkeur voor hout, dat niet alleen als schuilplaats dient maar ook essentieel is voor de spijsvertering. Het zijn vreedzame bodembewoners die goed samenleven met andere rustige vissoorten. Ze zijn voornamelijk nachtactief en brengen een groot deel van hun tijd door met het afgrazen van oppervlakken. Hoewel ze vaak als “algeneters” worden gezien, is een gevarieerd dieet noodzakelijk. Door hun bescheiden formaat, interessante gedrag en relatief eenvoudige verzorging is de Ancistrus claro een uitstekende keuze voor zowel beginnende als ervaren aquarianen die op zoek zijn naar een functionele én visueel aantrekkelijke toevoeging aan het aquarium.

Breeding Ancistrus claro is relatively easy, provided the right conditions are created. During the preparation phase, it is important to feed the fish a varied and nutritious diet, including both plant-based and protein-rich foods, so they can build optimal condition. The water temperature should ideally be between 22–26 °C, with a slightly acidic to neutral pH (6.0–7.5).

For breeding, small caves or hiding spots are essential. The male selects and guards such a spawning site. A water change with cooler rainwater or demineralized water can help trigger spawning, but is not always necessary.

This species is often kept in a ratio of 1 male to 1–2 females. The male lures a female into the cave, where the eggs are laid. After spawning, the male takes full responsibility for brood care: he guards, ventilates, and cares for the eggs until they hatch.

The eggs are laid in a compact cluster inside the cave. It is usually not necessary to remove them, as the male actively protects them. After hatching, the fry remain in the cave for several days while absorbing their yolk sac. It is recommended to remove the fry after 3–4 days to avoid difficulties catching them later.

For optimal growth, a continuous (24/7) varied omnivorous diet is recommended. The presence of driftwood for the growing fry helps reduce losses, likely because early exposure to microorganisms and biofilm supports digestion, even while they are still absorbing their yolk sac.


Het kweken van Ancistrus claro is relatief eenvoudig, mits de juiste omstandigheden worden gecreëerd. Tijdens de voorbereidingsfase is het belangrijk om de vissen gevarieerd en voedzaam te voeren, met zowel plantaardig als eiwitrijk voedsel, zodat ze in optimale conditie komen. De watertemperatuur ligt idealiter tussen 22–26 °C, met een licht zure tot neutrale pH (6,0–7,5).

Voor de kweek zijn kleine grotten of holen essentieel. Het mannetje kiest en bewaakt zo’n broedplaats. Een waterwissel met koeler regen- of gedemineraliseerd water kan het afzetten stimuleren, maar is niet altijd noodzakelijk.

Bij deze soort wordt vaak gewerkt met een verhouding van 1 man op 1 à 2 vrouwtjes. Het mannetje lokt een vrouwtje de grot in, waar de eieren worden afgezet. Na het afzetten neemt het mannetje de volledige broedzorg op zich: hij bewaakt, ventileert en verzorgt de eieren tot ze uitkomen.

De eieren worden in een compacte cluster in de grot afgezet. Het is meestal niet nodig om de eieren te verwijderen, aangezien het mannetje ze actief beschermt. Na het uitkomen blijven de jongen nog enkele dagen in de grot, waar ze hun dooierzak verbruiken. Het is aan te raden om de jongen na 3–4 dagen uit de grot te halen, om later moeilijk vangen te voorkomen.

Voor een optimale groei is het aan te raden continu (24/7) een gevarieerd, omnivoor dieet aan te bieden. De aanwezigheid van kienhout bij de opgroeiende jongen helpt uitval te voorkomen, waarschijnlijk doordat ze vroeg worden blootgesteld aan micro-organismen en biofilm die de spijsvertering ondersteunen, zelfs terwijl ze nog hun dooierzak opnemen.

SELECTIE / SELECTION